Wat is het verschil tussen osteopathie en chiropractie, manuele therapie of fysiotherapie?
Ja die vraag wordt me vaak gesteld.  Hieronder leg ik het je uit.

De meeste mensen zijn bekend met fysiotherapie of de meer gespecialiseerde manueeltherapie.

Fysiotherapie omvat het herstellen van spierfunctie en revalidatie.
Manuele therapie is een specialisatie op fysiotherapie waarin verschillende stromingen te onderscheiden zijn. Algemeen beschouwd zal een manueel therapeut ook gewrichten en wervelkolom behandelen middels mobilisaties en manipulaties.

De chiropractor is een specialist in het herstellen van bewegelijkheid in de wervelkolom en aangrenzende gewricht structuren en de daarmee samenhangende neurologische effecten.

Bovenstaande therapieën zijn heel populair en zullen vaak snel resultaat laten zien. Echter bij gewrichtsklachten en wervelkolom klachten zie je ook vaak  gebeuren dat de problemen na een week of een paar weken weer terug komen.

Oorzaak van de het terugkomen van de klachten is dat er andere weefsels zijn die invloed op het betreffende gewricht of spiercomplex uitoefenen.
Deze weefsels kunnen onderdeel zijn van lange spierketens die het lichaam bedekken. Het kunnen ook de vliezen van inwendige organen zijn die aan deze bewegelijke structuren zijn opgehangen.
Zo hangt het gehele darmsysteem aan de  lage lende wervels (L3).
Het middenrif heeft invloed op de gehele rug. De bekkenorganen oefenen grote invloed uit op het bekken en de onderste 2 (L4,L5) ruggenwervels en heiligbeen en dus SI-gewricht.
Hartregio en longen hebben hun invloed op het middenrif maar ook de bovenrug en nek om maar eens een paar in het oog springende relaties te noemen.

Een osteopaat kijkt naar functionele anatomische en fysiologische relaties in het lichaam.

Hoe is een lichaam opgebouwd, hoe hebben alle functies elkaar nodig.
Het oplossen van een lokale pijn heeft kortstondig lokaal effect, maar als de oorzaak op een andere plaats ligt zal de klacht terug komen.
Dit geheel in ogenschouw nemend noemt men holistisch kijken ,diagnosticeren, en behandelen.
Een osteopaat zal de gevonden structuren met verminderde mobiliteit of weefsel kwaliteit weer mobiliseren om de doorbloeding van de regio te verbeteren, zodat het weefsel weer gezond kan functioneren en groeien. (het is levend weefsel en altijd in de groei).
Hiermee zullen de ketens waar het weefsel onderdeel van uit maakt beter gaan functioneren, en zullen wervel en gewrichtsklachten veel minder vaak optreden.

Een ander verschil met de eerder genoemde disciplines is dat de behandel frequentie voor osteopathie veel lager ligt. Terwijl de behandeling zelf wel langer duurt omdat bij iedere behandeling het volledige lichaam onderzocht en behandeld wordt.
Op deze manier wordt iedere disfunctie in het lichaam aangepakt.

Dus als pijn of bewegings beperkende klachten steeds weer terug komen is het raadzaam om naar dieper liggende oorzaken op zoek te gaan en deze te behandelen. Daarin is de osteopaat gespecialiseerd.

De opleiding voor osteopaat duurt 5 jaar en omvat anatomie, fysiologie, pathologie, farmacologie (die laatste 2 om uitsluitingsdiagnostiek te kunnen doen), embryologie en manuele behandelmethoden van zowel spieren gewrichten als inwendige organen van het gehele lichaam.
Velen hebben als aanvulling nog een aantal malen speciaal snijzaal onderwijs aan de universiteit in Heidelberg gevolgd, waarbij men zelf aan menselijk anatomische preparaten werkt. Hierdoor wordt de kennis van functionele anatomie en fysiologie nog eens behoorlijk verdiept.

De opleiding wordt afgerond met een jaar co-therapie en een afsluitende thesis waardoor een osteopaat dus gemiddeld 7 jaar studeert voordat deze als osteopaat bij de overkoepelende kwaliteitsregisters kan worden ingeschreven als d.o.

Een osteopaat d.o. is een specialist in het behandelen van het menselijk bindweefsel en daarmee dus het gehele lichaam.
Uitgangspunt is dat een osteopaat met alle reguliere en niet reguliere geneeskundige disciplines kan samenwerken en dit ook doet.

Osteopathie wordt vergoed via de aanvullende zorgverzekering.